Historie Haarlemmertrekvaart / Leidsevaart
* De historie rond ' strandwallen ' nader belicht *
* 'terug naar hoofdmenu' *

Wegwijzer
Rijnsburg
Vinkenweg
Molen aan de Zandsloot
Teylingen
'Leydsche Treck-Vaert'

  De zee heeft in West- en Noord-Nederland een rand van klei afgezet. Dit zeekleilandschap is in het Holoceen gevormd. We onderscheiden twee verschillende gebieden: de zeekleipolders en de droogmakerijen.
­
  Sinds de laatste ijstijd is de zeespiegel gestegen. Dit komt doordat het ijs langzaam smelt. Tijdens de ijstijden ligt veel water in vaste vorm op het land. Gedurende de Saale-ijstijd was de zeespiegel zo'n 120 meter lager. De oudste kleilagen lagen dan ook lager dan de laag die nu aanslibt.
De natuurlijke omstandigheid waardoor de zee zand en klei afzet is een strandwal voor de kust die het gebied erachter beschermt tegen directe golfslag. Hier en daar is de strandwal doorbroken, waardoor eb en vloed merkbaar zijn. De zee kan zand en klei in het rustige water achter de strandwal neergeleggen.
­
  De huidige Nederlandse bevolking is grotendeels afstammeling van jagers die zich zo'n 40.000 jaar geleden in Europa vestigden. Een kleiner percentage stamt af van de boeren die 5000 jaar geleden uit het Midden-Oosten naar dit werelddeel kwamen. De eerste mensen bevonden zich, volgens de historici circa 60.000 jaar geleden in Centraal-Afrika.

  Bekijkt men de grondsoortenkaart van Nederland (zie hieronder), dan vindt men in de gebieden waar de bodem bestaat uit zeeklei een bevestiging van de transgressies. Zeeland, Zuid- en Noord-Holland, grote delen van Brabant, Friesland, Groningen en zelfs delen van Gelderland zijn langdurig overstroomd geweest door de zee en bestaan daardoor uit laagveen en hoogveen.
­
  In de namen van de rivieren vindt men juist weer een bewijs van de regressies, het ontstaan van nieuwe rivierarmen, die ook een nieuwe naam kregen.
De Rijn blijft vanaf de Duitse grens langs Amhem Rijn heten, om bij Wijk bij Duurstede zijn naam in Lek te veranderen, en achter Rotterdam Nieuwe Maas, Scheur en Nieuwe Waterweg te worden genoemd.
De Oude Rijn, ver van de Rijn gelegen zonder enige verbinding met deze rivier (het Merwede-kanaal is kunstmatig), zal wel een tak van de Rijn zijn geweest, die eens zelfstandig werd.
De Waal houdt zijn naam tot bij Gorcum om zich voort te zetten als Boven Merwede.
De Maas blijft gewoon Maas heten tot in de buurt van Geertruidenberg, een der eerste verlandingsgebieden nŕ de transgressies. Maar verder naar het westen heet dezelfde stroom: Amer, Hollandsch Diep, vuile Gat, Haringvliet en Rak van Scheelhoek.
­
  Het zijn bepaald geen klassieke of dichterliike namen, doch recht uit de volksmond gekomen typeringen.
Het Hollandsch Diep verdeeld zich bij Willemstad. De zuidelijke arm ervan heet achtereenvolgens: Volkerak, Krammer, Hals, Grevelingen, Vlieger, Springersdiep en Kous.
Al deze verschillende namen, die natuurlijk door de omwonenden en niet door de toenmalige regeringzijn gegeven, tonen aan dat dezelfde stroom bij een volgende verlanding (of bedijking) een nieuwe naam kreeg, ofwel om uit te drukken dat het een nieuw stuk beheerste rivier was, ofwel, wat meestal het geval is geweest, omdat het vroegere buitenwater al een naam had die werd gehandhaafd.
Deze onderscheiden namen zijn daarom evenzoveel bewijzen van de voortschrijdende verlanding en daarmee oa. het ontstaan van Holland.


  [dwn] Het ontstaan van Holland (c.1000)   [up]  
• Bron Afb “GOIBT” •

  Doordat de mens in West-Nederland veen afgegraven heeft, ontstonden er door de lage ligging grote meren en plassen. Bij een harde wind konden behoorlijke golven ontstaan waardoor grote stukken oever weggeslagen werden. Het gevolg was dat zo'n meer steeds groter werd en konden nederzettingen bedreigd worden.
Uit veiligheidsoverwegingen werden deze meren drooggemalen. Rond zo'n meer werd een afwateringskanaal gegraven. Soms meerdere achter elkaar. Oorspronkelijk werd het water weggepompt door windmolens. Zo'n rij molens achter elkaar wordt wel een molengang genoemd. De bodem van de meren in West-Nederland bestaat uit klei. Zolang de mens in staat is deze gebieden 'droog' te houden is hierop goed akkerbouw mogelijk.
Deze polders liggen laag, soms meer dan zes meter onder NAP.
­
  Feitelijk pleegde de mens in West-Nederland roofbouw op de natuur t.g.v. van hemzelf door steeds maar veen af te graven en niet de gevolgen daarvan onder ogen te zien. Het gevolg hiervan is dat West-Nederland steeds meer bedreigd wordt door het water en ook door veranderende weersomstandigheden door het klimaat uiteindelijk zal onderstromen met water.

  Strandwallen worden ook heden ten dage aangemaakt aan de kust van ons land, wie is niet ooit als kind aan zee geweest om aan de vloedlijn te spelen in zo'n trog tussen twee van die zandruggen?
­

  [dwn] Aanmaak zandruggen aan het strand.   [up]  
• Bron Afb “BRE” •
  Vanaf het strand zwemmend kom je de (strand)wallen vanzelf tegen; immers, hoe gevaarlijk is het niet bij aflandige wind, om meegetrokken te worden door stromingen tussen de zandruggen (troggen) ?
­
  De strandwallen waarover we het in dit artikel hebben zijn dus ooit kuststrook geweest, wellicht wel 4000 jaar geleden. Van de strandwal in Warmond, met de rivier de Leede ernaast, is die leeftijd bekend.
­
  De ruimtes tussen de strandwallen zijn nadien begroeid geraakt; er zijn struiken en bomen op gaan groeien. En deze zijn door de eeuwen heen weer vergaan, en vergaan en vergaan. Daardoor ontstond er veen en moeras tussen deze strandruggen. Denk aan namen van plaatsen, zoals Woubrugge, Jacobswoude, Roelofarendsveen, Aarlanderveen, Nieuwveen; namen ontstaan door bewoning van mensen, die hun kacheltje lieten branden door (gedroogd) veen te verbranden, veen wat ontstond uit een moeras van vergane wouden en begroeiing. Zo ontstonden door de eeuwen heen de verschillende woonplaatsen in Nederland.
­

  [dwn] Het ontstaan van nederzettingen op zandruggen   [up]  
• Bron Afb “NOS” •
  Dit is niet de plaats (leidsevaart.nl) om de gehele strandwal liggende in de Bollenstreek te belichten, daarom hebben wij voor u een keuze gemaakt en waar zou je beter mee kunnen beginnen dan met de delta aan de monding van een bekende rivier?
We bedoelen natuurlijk de Rijn die vanuit Duitsland via Nederland naar de Noordzee stroomt. Daarbij is natuurlijk de vorming van zandwallen in de riviermonding een voor de hand liggend item. Zo belanden we dus automatisch bij een dorp in die rivier delta: Rijnsburg.
­

* * Historie Rijnsburg. * *

­

  [dwn] De 'loop' van de Flieta bepaald (Coll.Hingman 2309) (c.1642)   [up]  
• Bron Afb “DB” •
  In het midden loopt de Vliet (c.17e eeuw), u ziet o.a. duidelijk het Regthuys (rechts) afgebeeld, ook ziet u (rechtsonder) het ommuurde gebied van 'Den Burght', met als middelpunt de Kerk. De tegenwoordige Burghtstraat herinnert nog aan deze historie.
­

  [dwn] Een opname van de Rijnsburgse toren.   [up]  
• Bron Afb “RVD” •
  Rijnsburgse Toren: het oudste monument van het dorp en enig overblijfsel van de abdij van Rijnsburg, die in 1122 door Petronella van Saksen werd gesticht. Tijdens het beleg van Leiden werd de abdij door brand verwoest. De geuzen wilden voorkomen dat de Spaanse belegeraars de abdij zouden gebruiken.Vlak na de brand werd in 1578 een kerkje achter de overgebleven toren gebouwd: de Laurentiuskerk. In datzelfde jaar werd er een klein rechthoekig kerkje gebouwd voor de Protestantse eredienst. In de eeuwen daarna volgden meerdere uitbreidingen en in 1980 werd begonnen met de restauratie. In 1981 werd de Laurentiuskerk of Grote Kerk in gebruik genomen. De kerk is nu in gebruik als Hervormde kerk. De restauratie van de toren en het carillon is in 1999 voltooid. Het 4-oktaafs carillon behoort tot de mooiste van Nederland. Burgemeester Koomansplein (naast het gemeentehuis).

­

  [dwn] De aanleg van 'n kanaal   [up]  
• Bron Afb “GOIBT” •

­
  De geschiedenis van het dorp gaat in ieder geval terug tot ongeveer 750, wanneer door de Utrechtse kerk melding gemaakt wordt van een gift van het Frankische echtpaar Radulf en Aldburg, die een nederzetting bestuurden aan de Flieta. Deze Flieta (de latere Vliet) was toen nog een getijdenstroom aan de noordoostkant van het Oude Rijnbekken. Andere bronnen houden het erop dat het dorp Rothulfuashern (het latere Rudolfsheim) zelfs al in de 6e eeuw bestond.
Rond 900 lag er een verdedigingswerk, waarschijnlijk een volksburcht (zoals die in Leiden), waardoor de naam Rudolfsheim in de 10e eeuw veranderde in Rinasburg (Rijnburcht), waarvan de huidige naam (Rijnsburg) is afgeleid.
­
  Van 1133-1574 was Rijnsburg bekend door de Benedictijner Abdij voor adellijke vrouwen. Deze Abdij was nauw met het Grafelijk Huis van Holland verbonden en in de grote Romaanse Abdijkerk zijn talrijke leden van het Grafelijk Huis bijgezet. Door deze positie kon de Abdij zich geleidelijk ontwikkelen tot een regionaal grootgrondbezitter, met vele eigendommen in Rijnsburg, Katwijk-Valkenburg en Oegstgeest. Omdat de Oude Rijnmond kort na 1100 verzandde, kreeg de Ouden Vliet een belangrijk afvoerfunctie van Rijnwater in de richting van de Kagerplassen.
Om de waterafvoer te verbeteren werd een nieuwe afwatering graven, die via de Poelen onder 'Warmond' in verbinding stond met de Kagerplassen. Deze (nieuwe) Rijnsburgse Vliet kwam als particulier water in eigendom en beheer van de Abdij. De verbinding tussen Poelen en Kagerplassen was oorspronkelijk echter een doorwaadbare kreek tussen de Poelgeester en de 'Warmonder strandwal'; de Abdij had er dan ook belang bij dat er hier geen dam werd aangelegd. Dat was ongetwijfeld het oogmerk waarmee de Abdij langs de zuidzijde van deze kreek, op de kop van de Poelgeest, het kasteel Abtspoel liet bouwen, dat in de 14e eeuw eigendom werd van de Abdij van Egmond. De Reformatie en met name het beleg van Leiden (1577) deed de Abdij in vlammen opgaan.
­
  In de 17e en 18e eeuw nam de land- en tuinbouw in Rijnsburg een hoge vlucht. Door de opkomst van het Westland in de 19e eeuw, verarmde het dorp echter weer. Uiteindelijk brachten toen de bloementeelt en -handel de redding. In 1914 is midden in het dorp een bloemenveiling opgericht. Na de Tweede Wereldoorlog werd het oude dorpscentrum grotendeels vernieuwd. Daarna zijn er nieuwe woonwijken gebouwd zoals plan West, Frederiksoord, de Hoek en meer recentelijk de Kleipetten. In 1980 werd buiten de bebouwde kom het nieuwe veilingcomplex Flora Holland gebouwd. Rijnsburg kent nu weer grote welvaart waarbij de bloemenveiling Flora Holland- als snelstgroeiende veiling van de wereld, intussen gefuseerd met de Westlandse veiling in Naaldwijk en met de Aalsmeerse Veiling VBA - haar een onbetwistbare eerste plaats op die markt heeft gegeven.
­
  [dwn] Spinozahuis   [up]  
• Bron Afb “GOR” •
  In dit 17e eeuwse huis heeft de filosoof Benedictus de Spinoza (1632-1677) enige jaren gewoond. Uit zijn Rijnsburgse tijd zijn ons de eerste tastbare sporen van zijn werk overgeleverd. De eerste brieven van en aan Spinoza dateren uit 1661. Uit de briefwisseling weten we dat Spinoza in Rijnsburg een begin maakte met de systematische uiteenzetting van zijn eigen wijsgerige stelsel, die tenslotte zou resulteren in zijn Ethica. In Rijnsburg schreef hij zijn eerste gepubliceerde werk, tevens het enige waarin zijn naam wordt vermeld. Het was een bewerking van delen van de Principia philosophiae van René Descartes. Een student die bij hem in huis woonde, Johannes Casearius, wilde onderricht in de wijsbegeerte ontvangen. Spinoza, die terughoudend was in het meedelen van zijn eigen denkbeelden aan anderen, bood hem daarop als propedeuse een rigoureuze introductie in de cartesiaanse wijsbegeerte aan. Op verzoek van zijn Amsterdamse vriendenkring bewerkte hij die inleiding tot een publicatie, waaraan bovendien een aanhangsel met metafysische beschouwingen was toegevoegd.
Het huis is tegenwoordig een Spinoza-museum. Het belangrijkste bezit is een reconstructie van de bibliotheek die Spinoza bij zijn dood bezat, alsmede Spinoza's oeuvre, 17e en 18e eeuwse werken over hem, brieven, boeken, portretten en oude instrumenten.
Open: ma-vr 10-12u en 14-16u.
Spinozalaan 29, Rijnsburg,
T 071 402 9209
­
Museum Genootschap Oud Rijnsburg:
  Tentoonstelling over het Middeleeuwse leven en werken in Rijnsburg met belangrijke vondsten van ca. 600-1700. Op de bovenverdieping wisselende exposities.
Oude Vlietweg 6 (naast de Laurentiuskerk).
Aan het Moleneind staat een 17e eeuws pand en aan de Vliet N.Z., halverwege het dorp het oude 'Regthuis', geheel in oude stijl herbouwd.
­


  [dwn] De bollen zorgvuldig geladen voor transport naar de veiling   [up]  
• Bron Afb “GOIBT” •

  In de 8e eeuw na Christus was de Oude Vliet niet meer was dan een natuurlijke veen afwatering, die het moerassige gebied tussen de strandwallen (Sassenheim / 'Warmond') afwaterde op de Oude Rijn, welk toen nog in een open verbinding stond met de Noordzee bij Katwijk.
Bij hoog water functioneerde de Oude Vliet ook als getijde-geul en zette daarbij steeds modder en klei af in het achterliggende land. De bovenloop van de oude Vliet begon aan de oostkant van Sassenheim, ongeveer bij de Menneweg, aan de Cager Meer (zie foto geheel onderaan).
Later in de 11e eeuw heeft met de Oude Vliet handmatig verlengd tot aan het, toenmalig nog kleine, Haarlemmermeer.
Een van de plaatsen, waar de oude Vliet doorheen stroomde, was Rijnsburg. We hebben een paar foto's bemachtigd van deze Oude Vliet die daar nog steeds (c.2006) aanwezig is.
­

­

• Bron Afb “ERF” •
  [dwn] Ruďne Abdij (gravure H.Spilman 1730),
overblijfsel van de noordelijke gevel
van het grote huis en de traptoren.
  [up]  
• Bron Afb “HK” •

­

  [dwn] Het oude Rechthuis aan de Vliet in Rijnsburg.   [up]  
• Bron Afb “RVD” •
  Sommige bronnen vermelden dat het 'Regthuys' gelegen was aan het Moleneind; niets is minder waar. Het is onverzettelijk verbonden met de vliet NZ, midden in het dorp, 80 meter van de Kerkstraatbrug in westelijke richting gezien.
­

  [dwn] Het 'RegtHuysch' na restauratie (c.1976)   [up]  
• Bron Afb “RVD” •

­

  [dwn] De Oude Vliet in Rijnsburg.   [up]  
• Bron Afb “RVD” •
  De Vliet in Rijnsburg is al heel erg oud. Hij is in de 11e eeuw opnieuw gegraven op een oude, verzande getijdekreek, toen al genoemd de Flieta (volgens Bisschoppelijk archief van Utrecht).
Historici hebben aangetoont dat de nieuwedorpsgracht werd gegraven in opdracht van de vroegste Graven van Holland.
­

  [dwn] De Flieta is hier nog zichtbaar.   [up]  
• Bron Afb “DB” •

­
  De oude Flieta verliep heel wat kronkeliger dan deze nieuwe dorpsgracht. Op heel oude kaarten, bewaard gebleven in de Abdij van Rijnsburg is te zien dat de oorspronkelijke Vliet zich langs "de Vecht" vlocht en vervolgens via de Scheysloot, langs de Oude Dam in Warmond naar het noorden liep, deels voorbij Marienhaave in Warmond, Hem-Meer tot aan de Cager Meren. Opgemerkt hierbij is, dat hij tevens de grens vormde tussen oa.
Rijnsburg, Oegstgeest, Sassenheim, Warmond en Voorhout.
­

  [dwn] Zicht op de Vliet vanaf Kerkstraatbrug.   [up]  
• Bron Afb “LD” •

­
  De Kerkstraatbrug (zie foto) was reeds in de 13e eeuw de officiele plaats voor bekendmaking van het dorpsbestuur. Deze brug ligt er nog steeds. Het aantal inwoners in 1623 bedroeg 1337, volgens het kohier van het hoofdgeld in Rijnland.
In het begin van de 20e eeuw veranderde er veel in Rijnsburgh, oa. door afbraak van het huis van de Ridderschap en de gevangenis op het Hof, het vergaderhuis van de Collegianten, de aanleg van het Oegstgeesterkanaal en de bouw van de Remise, de tramlijnen en de Bloemenveiling.
­

  [dwn] De Kwakelbrug, vanaf 1660 over de Vliet.   [up]  
• Bron Afb “RVD” •

­

  [dwn]De Oude Vliet en de Nieuwe Vliet.   [up]  
• Bron Afb “RVD” •
  De Vliet en de Oude Vliet, er waren twee rivieren, zeker ten tijde van 1600. Op een oude kaart uit 1615 hebben we gezien, dat de Oude Vliet van Rijnsburg uitgaande (in 1100 tot 1400), via de Grechtsloot, gedeeltelijk langs de huidige Vinkenweg liep naar het noorden en overging in de Scheysloot, tussen Sassenheim en Warmond.
­
  Uiteindelijk gaat de (oude) Vliet deels langs Marienhaave bij Warmond verder naar het Noorden, buigt om het toen nog bestaande Hem-Meer heen, langs de Vogelkooi en via de eerder genoemde Scheysloot doet uitkomen in de uitlopers van de Haarlemmermeer (Cager Meer).
­

­
  De Elsgheesterwech liep min of meer westelijk ervan parallel mee naar het noorden en kwam via de strandwal Klinkenberg uiteindelijk in de buurt van Lisse uit.
Richting Oost splitste zich het voetpad langs de oude Vliet (bij de Scheysloot) en ging als "Oude Dam" in de richting van Warmond. Een gedeelte (een honderdtal meters) van deze is nabij de 'Haerlemsche Treck-Vaert' en de Oude Vaartweg heden nog zichtbaar.
­
  De Oude Dam heeft een rijke geschiedenis: als men zich op het korte stuk van wat er nog van rest en zichtbaar is begeeft, wellen de herinneringen als vanzelf omhoog.
Wist u, dat toen Warmond nog alleen toegankelijk was via betaalde tolpoorten, dat deze Oude Dam het achterdeurtje was van Warmond? Hierlangs kon men, via het oude spoorpad en Marienhaave gratis in Warmond geraken!
Toen de auteur hier zoveel jaar geleden ging wonen was er nog een duidelijke aftakking van de Scheysloot waarneembaar aan de noordkant van de huizen.
De knecht van de melkboer vertelde mij, dat hij als hulpje, alweer 30 jaar daarvoor in 1949, op de Oude Dam een bruggetje over moest alvorens op de buurtweg, pal achter het rijtje huizen gelegen te komen om de melk e.d. te kunnen bezorgen.
­
  Door de tijd is deze aftakking van de Oude Vliet geheel verzand (1974) en uiteindelijk bij het (grondgebied) van de zich daar bevindende rijtje huizen getrokken.


  [dwn] De oude Dam in Warmond   [up]  
(dank aan Brigitte voor de foto)

­

  [dwn] De oude Dam   [up]  
(dank aan Brigitte)

* * Historie rond de Vinkenweg * *

­

  [dwn] De Oude Historische Elsgeesterpolder,
de rode lijn is de (huidige) Vinkenweg.
  [up]  
• Bron Afb “DB” •

­
  Ook de plaats, waar nu de Elsgeesterweg ligt, was vroeger een strandwal. Al heel vroeg in de geschiedenis werd deze bewoond. Omdat mensen zich nu eenmaal verplaatsen werden er tussen de strandwallen wegen aangelegd of ontstonden deze doordat ze zich verplaatsen tussen de strandwallen in. (voetpaden)
­
  Met Peter Brussee bespraken we geschiedenis van de Elsgeesterpolder- en weg; wat ons direct opviel betreffende de Vinkenweg, was dat hij vroeger als Cruys-wech begon bij de weg die nu Noordwijkerweg heet en eindigde aan de Rijksstraatweg, welke liep tussen Sassenheim en Oegstgeest (Groene Kerkje). Halverwege vertakte deze zich en ging als Elsgeesterweg naar het noorden.
­

  [dwn] De Vinkenweg, aansluitend (aan de vroegere Nieuw-wech) in Oegstgeest.   [up]  
• Bron Afb “RVD” •
  De Vinkenweg werd nadien doorsneden door de aanleg van de A44 en werd daardoor deels omgelegd langs het Oegstgeesterkanaal. Ook de naam 'Cruys wech' zult u niet meer tegenkomen, mijn familie huist gewoon aan de Vinkenweg.
­
  Omdat de Rijksstraatweg (de oude Heer-wech) noordelijker uit Sassenheim deels ook doorsneden werd door de A44, is de 'verlengde' Vinkenweg daardoor ontstaan. Deze verbindt het restant Rijksstraatweg met de overgebleven Vinkenweg in Rijnsburg. Deze loopt parallel aan de A44.

­


  [dwn] Luchtfoto van Elsgeesterpolder.   [up]  
• Bron Afb “RVD” •
  De (zelfgeschoten, uit de Cessna 172, PH-SLR) luchtfoto van de Elsgeesterpolder in 1988.
In de verte ziet u de Kagerplas (met name het Joppe), daarvoor de zandafgraving Klinkenbergerplas, op de voorgrond de kassen in Rijnsburg, de Elsgeesterweg, de Scheysloot, de polder, de boerderij van Brussee, de Postbrug, de A44 en de 'Haerlemsche Treck-Vaert'.
­
  Op de Klinkenbergerplas is men net bezig de Oude Dam te herstellen, alhoewel deze nadien ruim 90 meter naast de oorspronkelijke locatie is verrezen. Waarom de Oude Dam zover verplaatst is blijft onduidelijk.
­


  [dwn] Strandwallen in Bollenstreek.   [up]  
• Bron Afb “RAL” •

­
  De bollenstreek kenmerkt zich vooral door oude strandwallen. Menig dorp in de bollenstreek is kenmerkend op zo'n strandwal ontstaan. Deze strandwallen ontstonden voornamelijk in de oude delta van de Oude Rijn.
­
  Neem bijv. Oegstgeest, deze nederzetting lag op de meest oosterlijke strandwal. Deze lag nogal geisoleerd temidden van vrij moerassig gebied. In het oosten lag het veengebied met het Cager Meer en de Lee, die de plassen met 'Die Maern' en de Rhijn verbond. In het westen lag de strandvlakte tussen de Warmondse en Sassenheimse strandwal met daarin de 'poelen' (ter hoogte van de huidige Klinkenbergerplas).
­
  In het noorden werd de aansluiting tussen beide strandwallen doorbroken door een kreek, de Oude Vliet, waarmee de Haarlemmermeer via de Scheysloot (in 'Warmond') en de (Rijnsburgse) Vliet in verbinding stond met de Rhijn.
­

­
  [dwn] De Oude Dam   [up]  
• Bron Afb “REG” •

  Om diverse strandwallen met elkaar te verbinden werden dammen aangelegd. Een der eerste dammen was de oude dam, welk Elsgeest (Rijnsburg) verbond met 'Warmond' (Marienhaave) en Sassenheim (Klinkenberg).
Liepen de meeste dammen kaarsrecht tussen de strandwallen, niet deze 'oude dam'. Deze volgde voornamelijk de loop van de 'Oude Vliet' (daarna Scheysloot) en vormde daarmee in vroegere tijden tevens de grens tussen de gemeenten. De reden van deze loop ligt waarschijnlijk in het feit, dat de dam als voetpad de Abdij van Rhijnsburgh verbond met die van Marienhaave in 'Warmond'; een zogenaamd 'kerkepadt'.
­
  Volgens de oude geschriften heeft deze 'oude dam' eerst 'Warmonderdam' geheten. Nadien, in 1332 horen we weer van een (nieuwe) 'Warmonderdam'. (de huidige warmonderweg) In tegenstelling met de vroegere (oude) dam lag deze dam kaarsrecht tussen 'Warmond' en Sassenheim.

­

  [dwn] Het Leidse Gat, overblijfsel van de Nieuwe Vliet   [up]  
• Bron Afb “DB” •

­
  Nadat de Rijnmond na 1100 verzand was, werd vanuit de oorsprong der Oude Vliet een nieuwe afwatering gegraven, die meer zuidwaarts uitkwam op de Warmondse Poel; deze stond via een geul door de strandwal in verbinding met de Leede. De nieuwe Vliet was daarmee een feit. De Oude Vliet is in de loop der tijden geleidelijk verzand en zelfs bijna verdwenen.
­

  [dwn]Knooppunt Vliet, Leidsevaart en Poel in 1657.   [up]  
• Bron Afb “HHRSR” •

­
  Aansluiting van de Vliet op 'Haerlemsche Treck-Vaert' en Achterpoel (Poelmeer) nabij het 'tolhuis' in 1702. Nadien werd de Warmondse strandwal gescheiden van zijn zuidelijke voortzetting, de 'Poelgeest'. Door deze nieuwe afwatering werd de noordelijke Oude Vliet minder belangrijk en konden er Oost-West verhoogde paden worden aangelegd; eerst de Ouden Dam en nadien de nieuwe Warmonderdam. Het later gegraven Oegstgeesterkanaal is vrijwel exact op de loop van de (Nieuwe) Vliet aangelegd.
­
  De noordelijke Oude Vliet, die uitkwam op de reeds bestaande Scheysloot werd ooit gegraven t.b.v. de aanvoer van stenen en ander bouwmateriaal voor de bouw van de Abdij van Rhijnsburgh en sloot zoals eerder gezegd, daarmee aan op de zuidelijke uitlopers van 't Haarlemmermeer, met name: Cager Meren genoemd.

­


­
* * BOERDERIJ KLINKENBERG - SASSENHEIM. * *

Klink wordt in het Groot Woordenboek der Nederlandse taal omschreven als een heuvel, bestaande uit opgeworpen grond die door druk en indroging compact is geworden. Evenwel kan het ook een herleiding zijn van het woord 'KLINKE', wat afsluiting betekend.
­
De heuvels zijn gesitueerd naast de strandwal van Sassenheim in het tussenliggende laagveen. In oude kronieken wordt gesproken over een zuidelijk deel van Sassenheim als zijnde Klinkenberg geheten.
In de 14e eeuw was er al sprake van op de heuvels gevestigde boerderijen alsook in de omgeving van toenmalige dorpen Hillegom, Lisse, Oegstgeest, Poelgeest en 'Warmond'.
Deze welvarende boerderijen waren deels in bezit van de kerk van Utrecht.
­
In een oorkonde van 1370 staat dat er een uithof stond met grote graanschuur van de nabij gelegen abdij van Rijnsburg, met daarbij een grote woning met een groot binnenplein en met 54 morgen land. Andere heuvelen in de omgeving kunnen De Burcht in Leiden en de ruďne Teylingen zijn geweest. Ook Boekenburg zou daarvoor in aanmerking kunnen komen.
­
Doordat de kerk van Utrecht niet in staat was deze boerderijen te beschermen tegen invallen van de graven van Holland werden er in die omgeving stenen woontorens (kastelen) gebouwd langs de randen van de strandwallen om het gebied (boerderijen) beter te beschermen tegen deze invallen.
­
Een aantal van deze woontorens waren nog lang terug te vinden, o.a. bij het voormalige kasteel Oud Poelgeest, Oud Teylingen (Huys te Lochorst), Huis te 'Warmond', Oud Alkemade, Ter Leede en Dever. Verder zijn er vermoedelijk door de verschillende overstromingen van de Haarlemmermeer een aantal verdedigingstorens verdwenen, waarvan wij de naam niet meer kennen.
­
Bij de Reformatie werden alle kerkelijke goederen onteigend en kwamen in het in bezit de Staten Generaal, die de goederen verkocht aan de hun welgevallige rijken. Ook de kloosterboerderijen met de schuren werden verkocht en kwamen in handen van particulieren; zo ook de Klinkenberg (Clinckenbergh).
­
Op de oude heuvel Klinkenberg stond voor de tweede wereldoorlog nog een zeventiende eeuwse boerderij (zie inleg), met een omgrachting, die door vliegtuigbommen is getroffen; alleen een muur van een stal bleef staan. De huidige boerderij Klinkenberg is na de oorlog is de stijl van de Delftse school herbouwd en ligt naast de rijksweg A44 en tussen de twee spoorlijnen.
­
Een uithof is een agrarisch bedrijf dat aan een klooster was verbonden en dat daardóór en daarvóór werd geëxploiteerd. De omvang van een uithof was over het algemeen groter dan die van een gemiddeld middeleeuws boerenbedrijf. Een uithof kon meerdere hoeven onder zich hebben.

­
De boerderij kwam al voor op een kaart van Floris Balthasar in 1615. In het kaartenboek van Rijnland vindt men een afbeelding terug van Jan Jansz. Dou, Steven Broekhyzen, 1747 en ook op een kadasterkaart in 1832.
­
* * De geschiedenis van het landgoed * *

­
Pachter Pieter Jacobsz Clinckenbergh (1548-1633) verkocht in 1631, een boerenhofstede met 20 morgen land van het poldergebied Klinkenberg voor f. 20.000 aan de Leidse magistraat Johan van Lanschot. (1579-1651) Deze Leidse magistraat liet het bestaande landgoed aan de Heereweg afbreken en bouwde daarvoor in de plaats ervan een buitengoed en noemde dat de Clinckenbergh.
­
Zijn zoon Wouter van Lanschot,(1632-1717) werd de volgende bewoner van het landgoed. Hij was burgemeester van Leiden, had uit twee huwelijken 17 kinderen, waarvan de tweede Alexander.
Hij verkocht uit zijn grote bezit (waarschijnlijk), de boerenhofstede Klinkenberg met 5 morgen, 300 roe land voor f.2050 aan de toen zeer bekende kunstschilder de geridderde Carel de Moor (1656-1738).
De prijs (van f.2050,-) geeft waarschijnlijk de staat van een niet afgebroken boerderij weer; vervallen en al jaren onbewoond. Carel de Moor vertrok dan ook weldra naar Leevliet in 'Warmond'. 

­
Toen Alexander van Lanschot in 1720 de buitenplaats verkocht werd het in de aankondiging omschreven als een ‘zeer vermakelijke hofstede genaamd Clinckenbergh met koetshuis en stallinge, benevens een groot bouwhuis (boerderij) en een sterrebos aan de overzijde van de nog niet bestrate Heereweg.
­
Omstreeks 1724 kocht Mr. Frans Velters op zijn beurt de (toengeheten) buitenplaats Clickenbergh voor f.4000,-. Hij liet de buitenplaats afbreken en op dezelfde plaats verrees een nieuw landhuis dat door hem 'Ter Weegen' werd genoemd (zie gravure).

  [dwn] Gravure van buitenplaats 'Ter Weegen'   [up]  
(gelegen aan de Heereweg; nu Rijksstraatweg)

­
Frans Velters genoot er niet lang van. In 1726 overleed hij; vandaar dat onder de gravure staat geschreven: Mevrouwe de Weduwe van den Heer Frans Velters.
­
In 1737 verkocht zij het landgoed met omliggende grond en het sterrebos aan de heer Herman Berewout (1693-1751) uit Amsterdam. Hij was koopman op West-Indië en handelaar in vermiljoen, zwavel, hars en olie. Hij vernoemde de buitenplaats deels naar zichzelf, landgoed Beresteyn.

­
Op 20 november 1752 kwam het landgoed met de omliggende grond, boerderij en het sterrebos voor f. 3500,- in bezit van Jan Nicolaas Eys (1691-1758) uit Amsterdam.
­
Na Jan Nicolaas Eys kwam kwam het gehele bezit in 1758 van Paulus Pieman & Wijnand Meurs. De koopsom bedroeg toen f.12.000,-, maar in 1760 trok Meurs zich als deelgenoot terug voor f.7000,-.
­
Na Paulus Pieman kwam in 1762 Court Rosenboom in eigendom van de buitenplaats 'Ter Weegen'. Later ging zijn zoon Mr. Jan Hendrik Rosenboom er wonen samen met zijn vrouw Francoise W.E. van der Noot de Gieler. Het waren, zo blijkt hieruit slechte tijden op het einde van de achtiende eeuw.
­
  [dwn] Landhuis 'Ter Weegen' aan de Rijksstraatweg (c.2009)   [up]  
(landhuis 'Clinckenbergh' aan 'des Heere Wech')

­
In de zomer van 1793 werd het gehele bezit verkocht aan Hendrik van Eyl Sluiter. Ook die had weinig plezier aan het buitengoed en na overlijden van zijn vrouw werd het landgoed gekocht door Eduard Gustaaf Boode voor de som gelds van f.23.750,-.
De vader van Eduard Gustaaf had een enorm fortuin verdiend als planter in Brits Guyana. De opbrengst van de plantage was wel f.50.000 per jaar. Het werk werd daar gedaan door ca. 2000 slaven.
In zijn Sassenheimse buitenplaats had hij zwarte bedienden, die veel opzien baarden in het kleine dorp. Eduard trouwde in Lisse met Anna M.D.Rosenboom, de dochter van de vorige eigenaar.
Zij overleed kort na hun huwelijk in het kraambed. In 1800 overleed de oudste broer van Eduard, die net bij hem logeerde op Ter Weegen. In de dorpskerk is daar een marmeren plaquette aangebracht door zijn dochter in 1825. Hij voegde de boerderij Wiltrijk met 60 morgen en een buitenplaats aan zijn bezittingen toe.
­
In 1801 vroeg Gustaaf Bode aan het Hoogheemraadschap of hij de sloot die in het westen aan de Roode molenpolder grensde mocht uitleggen zodat er een enorme vijver zou ontstaan die over de hele breedte van zijn terrein liep. Deze vijver die door J.D.Zocher was ontworpen is ook te vinden op de kaart van 1812.
De oorlog die Napoleon met Engeland voerde maakte dat zijn producten uit de kolonie niet meer in kon voeren. Zijn financiële situatie werd steeds hachelijker en hij vertrok naar Engeland. Zijn bezittingen in Sassenheim werden verbeurd verklaard. Hij overleed in 1837 in Duitsland. De buitenplaats werd te koop aangeboden in de Leydse Courant met 24 morgen , en 99 roe grond
­
Van 1812 tot 1815 woonde op Ter Weegen een boerenjongen, Cornelis Hofdijk, geboren in 1780, die zich voor koopman uitgaf, hij kon zich echter niet handhaven en met zijn vrouw en negen kinderen vertrok hij al snel. De volgende eigenaar was Jacob baron Mulert tot de Leemcule.
­
In 1823 werd het huis verkocht aan Jan Hendrik Siberg (1778-1835) onder wiens beheer de buitenplaats weer tot bloei kwam. Hij was ook in het bezit van de buitenplaats Leerust in 'Warmond'.
­
Zijn echtgenote liet aan de achterzijde van het huis een grote eetzaal aanbouwen. Van hieruit kon men over de grote vijver uitkijken waarin watervalletjes uitkwamen. Daarachter lag een hoger gelegen gazon met nog een vijver erin. De voorgevel van het huis werd recht getrokken en de nissen naast de entree, waarin beelden hadden gestaan werden veranderd in vensterpartijen.
­
Na het overlijden van Jan Hendrik Siberg kwam landgoed 'Ter Weegen' kort in bezit van Jonkheer Adriaan Leonard van Heteren Gevers van Endegeest. Na hem volgde in 1840 Joan Christoph Rente Linsen en zijn vrouw A.G.Voomberg.
Daarna werd zijn neef Joan Christoph Samuel eigenaar.
­
Theehuis (zie inleg)
Vermoedelijk is de Chinese theekoepel in 1850 gebouwd aan de Heereweg. Dit gebouwtje stond vol met chinees porselein lak- en koperwerk. Het was gestoffeerd met fraaie zijden stoffen. Een passend zilveren theestel kwam tevoorschijn als er met bezoek thee gedronken werd in de koepel.
­


­


­

­
* * Historie rond de boerderij Klinkenburg * *

­
In 1813 werd boerderij Klinkenberg gekocht door J. Hartveld. De boerderij is bij deze eigenaar, mede door de komst van de spoorlijn in 1842 danig in verval geraakt. Het verhaal gaat dat hij bang was dat de melkproduktie van zijn vee te lijden zou hebben gehad van de stoomtrein die dagelijhks na 1842 voorbij reed.
­

  [dwn] Boerderij de Klinkenberg in 1923   [up]  

­
De familie (Pieter en Prijna) Ciggaar vestigde zich in 1866 op de oude boerderij op de 'Klinkenberg' (het betreft het rechter gedeelte, gezien vanaf de A44) na een ingrijpende verbouwing van perceel en boerderij.
­
Pieter kocht de boerderij op een openbare verkoping op 23 en 30 november 1864 voor de som van f.13.150,- met daarnaast nog enige percelen en hooiland voor f.6100,-
­
Helaas voor Pieter Ciggaar kreeg hij enkele jaren daarna te maken met veepest. Pieter zat echter niet bij de pakken neer en begon met op de weilanden vlas te telen. Mede door de opbrengst hiervan wist hij er financieel weer snel bovenop te komen. Zo goed zelfs dat hij rare streken begon uit te halen (onder en boven de prijs op markten in- en verkopen).
Dat kostte hem zijn geestelijke vermogens en spoedig daarna werd hij op 6 juli 1870 opgenomen in het Sint Joris Gasthuis te Delft alwaar hij verbleef totdat hij er op 31 maart 1871 werd ontslagen.
­
Daarna ging hij weer volop aan de slag en het ging de familie zeer voor de wind. Gezegend met veel dochters (zie inleg) en ook zoons bracht hij jaren van tevredenheid door op de Klink. Totdat de volgende tegenslag zich aandiende: Prijna, zijn vrouw overlijdt (in 1885) bij de geboorte van hun 16e kind. Zij werd 44 jaar oud.
­
In 1889 hertrouwt Pieter met Pieternella Klazina Buitelaar, alhoewel zij 30 jaar jonger was dan Pieter. Uit dit huwelijk werden nogeens 6 kinderen geboren; een bewijs van vitaliteit van Pieter Ciggaar en ook de welstand zal wel een rol hebben gespeeld.
­
Pieter overleed op in december 1913, 72 jaar oud. Pieternella bleef echter op de Rijksstraatweg wonen en bezocht vaak haar kinderen op de boerderij Klinkenberg. Mede hierdoor verloor zij haar been doordat zij onverstoorbaar aardappels bleef schillen tijdens het zware bombardement in het voorjaar van 1945. De boerderij werd zwaar beschadigd en het enige wat ervan over bleef was een stuk van een stalmuur en een stalpoort (zie inleg). Dick Breedijk bezit nog een der bomscherven die hij vondt tussen de hooiberg en de boerderij van zijn Oom Niek Ciggaar.

­


­

­

­
Pieternella overleed in hoge ouderdom op 17 november 1953. Op de boerderij bleven haar kinderen, o.a. Gerrit Ciggaar wonen en die zetten het bedrijf voort.
­

  [dwn] Percelen op de Klinkenberg   [up]  

­
Na het bombardement in 1945 bleek de boerderij dermate beschadigd dat het gezin Ciggaar noodgedwongen verhuisde naar een gezin in Sassenheim.
Op 23 augustus 1950 (bevolkingsregister Sassenheim) verhuisde de familie Ciggaar weer naar de boerderij Klinkenberg aan de Klinkenberg 15 in Sassenheim. Gerrit bleef daar wonen tot 1962. Gerrit overleed in 1967, 71 jaar oud.
­

  [dwn] (deel) Boerderij Klinkenberg in 2009   [up]  

­
De boerderij bleef in eigendom van de familie Ciggaar tot najaar 1984. Daarna werd de heer Albertus (Bert) de Mooy de nieuwe eigenaar van boerderij Klinkenberg. Deze is tot op heden eigenaar van boerderij de Klinkenberg. Op de gevel van het woonhuis is een bord bevestigd met de naam "Clinckenbergh".
­
Artikel samengesteld door:
Reg van Dommelen, m.m.v.
Ada Smits-Ciggaar
Hans van Lanschoot
Bert de Mooy
Brigitte Rink



­
* * De historie rond slot Teylingen. * *

­
  [dwn] Tekening ruďne Teylingen.   [up]  
(getekend door Hans Roest - Warmond)

  De huidige aanblik van slot Teylingen, aan de Teylingerlaan, schitterend op papier gezet door tekenaar Hans Roest. (bedankt voor het toezenden, Hans.)
­
  [dwn] Gezicht op Scheysloot vanaf ruďne Teylingen.   [up]  
• Bron Afb “BRE” •

­
  Teylingen werd bewoond omstreeks 1150 door de Heren van Teylingen. In hun wapen voerden zij de rode leeuw van Holland op een gouden veld met een zilveren barensteel. Hun woonburcht was het machtige slot van Teylingen, gelegen aan de grens van de Haarlemmerhout, het middelpunt van een uitgestrekt grondbezit.
­
  [dwn] Jacoba van Beieren.   [up]  
• Bron Afb “BRE” •

­
  Aan het eind van de twaalfde eeuw woonde op het slot Teylingen het aanzienlijke geslacht Van Teylingen. Heer Willem overleed in maart 1244. Voor zover bekend liet hij vier kinderen na. Bijna veertig jaar later overleed Willems zoon Willem. Het slot Teylingen en de andere leengoederen vervielen aan de graaf van Holland en aangezien de overledene kinderloos was, was er geen opvolging. Floris V schonk daarop het huis Teylingen aan de weduwe van Heer Albrecht van Voorne. Een kleindochter van de graaf, de welbekende Jacoba van Beieren, vestigde zich in 1428 op Teylingen. Jacoba overleed acht jaar later, op 9 oktober 1436 aan de tering, een gevreesde ziekte van die tijd. Zij was gehuwd met (de Kabeljouwse) Frank van Borsselen en verbleef vaak te Sint Maartensdijk op Tholen.
­
Ja, zij had en veel misdreven
En haar dart'le minnebrand
Kostte bloed en wee en tranen
aan 't geteisterd vaderland
maar een val zo ongelijkbaar
maar zo uitgezocht een straf
wist voor ons de nagedachtenis
aan haar vroege zwakheden af


­
  [dwn] Bollenvelden bij de ruine van Teylingen   [up]  
• Bron Afb “JT” •

­
  Aan het eind van de twaalfde eeuw woonde op het slot Teylingen het aanzienlijke geslacht Van Teylingen. Heer Willem overleed in maart 1244. Voor zover bekend liet hij vier kinderen na. Bijna veertig jaar later overleed Willems zoon Willem. Het slot Teylingen en de andere leengoederen vervielen aan de graaf van Holland en aangezien de overledene kinderloos was, was er geen opvolging. Floris V schonk daarop het huis Teylingen aan de weduwe van Heer Albrecht van Voorne. Een kleindochter van de graaf, de welbekende Jacoba van Beieren, vestigde zich in 1428 op Teylingen. Jacoba van Zoeterwoude overleed acht jaar later. Zij was gehuwd met Frank van Borsselen.

­
In de tachtigjarige oorlog is het slot Teylingen verwoest. Daarna is het weliswaar herbouwd, maar toen weer door brand geteisterd en deerlijk in verval geraakt.
­
  [dwn] Slechts een ruďne is van kasteel Teylingen overgebleven.   [up]  
• Bron Afb “HR” •

­
  Ook in deze tijd blijft de aanblik van de ruďne Teylingen een imposante gebeurtenis. Alhoewel niet meer dan een stapel oude stenen (jammer, dat het niet gerestaureerd wordt), blijft het een herkenningspunt uit het verleden, in het heden nog duidelijk aanwezig.
­
  [dwn] Ruďne 'Slot Teylingen' bij Sassenheim.   [up]  
• Bron Afb “BRE” •

­

* * De loop van de Oude Vliet / Scheysloot. * *

  [dwn] Hier is de oude Vliet goed te volgen   [up]  
• Bron Afb “Google” •

  Op deze Google afbeelding is nog goed te zien waar de Oude Vliet via de Scheysloot in de Cager Meren uitmondde, ver terug in de tijd. We moeten denken aan 1100-1300, in 1636 is op een kaart al de Nieuwe Vliet te zien, welk uitmond op de Leede (Achterpoel, tegenwoordig Poelmeer geheten) bij Warmond. Het 'Hen Meer' is niet meer; dit is immers gedempt en er grazen nu koeien, maar de vorm ervan is nog duidelijk te herleiden op deze afbeelding. Voorbij de Eenden kooi, welk er ook al in 1615 was, is de Oude Vliet nu bijna verzand; door kroos is hij op de foto nog moeilijk waarneembaar. Een gedeelte van de Scheysloot is heden tendage nog druk in gebruik door vaartuigen die o.a. via de Zandsloot, Sassenheim in- en uit varen. Ook liggen er nog woonboten en jachtjes aangemeerd in dit historische water.
­

  [dwn] Uiteindelijk mondde 'de Oude Vliet' uit op de Cager Meren.   [up]  
(vroeger Haarlemmermeer)
• Bron Afb “RVD” •


  [dwn] Op deze oude kaart is 'de Oude Vliet' al duidelijk te zien   [up]  
• Bron Afb “HHRSL” •
  Op deze duidelijke kaart is nog goed te zien hoe 'de Oude Vliet' vanuit Rijnsburg, langs 'de Oude Dam', deels langs Marienhaave (Warmond) en langs het (nu gedempte) Hem-Meer uiteindelijk uitmondde in het Cager Meer (het latere Haarlemmermeer). Heden is 'de Oude Vliet' nog (heel beperkt)˙aanwezig; alleen eindigt hij nu in de vaart (Zandsloot) tussen de Kaag en Sassenheim, vroeger de rand van het Haarlemmermeer.
Niet overal nog is hij zichtbaar; met name vlakbij Rijnsburg is hij, daar waar hij werd doorsneden door het Oegstgeester kanaal, eigenlijk erboven, ter hoogte van de Vinkenweg geheel verzandt.
Tenslotte stamt deze afwatering uit circa 1100 - 1300. Vanaf de Vinkenweg kun je hem deels nog volgen, maar daarna wordt het moeilijker hem nog te volgen. Voorbij het Oegstgeester kanaal is hij wel weer zichtbaar als (oude) sloot achter de Nieuwe (huidige) Vliet (bij de Dijk). De kaart komt uit een atlas (19e eeuw).
­

  [dwn] Nogmaals de loop vd 'Oude Vliet'   [up]  
• Bron Afb “HVL” •

  De loop van de Ouden Vliet, van boven uit de Haarlemmermeer tot onderen richting Rijnsburg. Op deze kaart is de loop langs de Ouden Dam goed waarneembaar. Spoorwegen waren er nog niet; ook de haarlemmertrekaart ontbreekt. De kaart is vermoedelijk uit 1615.


  [dwn] De Scheysloot bij Henmeer.   [up]  
• Bron Afb “RAL” •
  De hedendaagse situatie op historische gronden; inmiddels is het 'Hem-Meer' gedempt en grazen er koeien waar eens water was. Deze sloot is er nog, een rustiek beeld getuige nog van de vroegere historie rond 'Den Ouden Vliet'.
­

  [dwn] Een kaart uit 1647.   [up]  
• Bron Afb “DB” •
  Want we weten het nu 100 procent zeker; aan de hand van zeer oude kaarten uit de 17e eeuw konden wij vaststellen dat de sloot op deze foto, ''Den Ouden Vliet'' uit vroegere tijden is. Ooit als getijdewater begonnen, hergraven in de 11e eeuw en nu nog aanwezig in de 21e eeuw.
Waar vind u deze sloot? Rij de Menneweg (vroeger geheten: 'de Nieuwe Wech') af in Sassenheim, richting de Kager Plassen, geheel tot het eind en u staat er middenin, (op het dammetje) nabij de toegang tot de Eendenkooi.
­


  [dwn] Woest slingert de oude Vliet zich langs de Menneweg, tussen Warmond, Kager Plassen en Sassenheim   [up]  
• Bron Afb “RVD” •


  [dwn] Bijna ongerept ligt de natuur nog bij de eendenkooi - Sassenheim   [up]  
• Bron Afb “RVD” •

* * De korenmolen aan de Santvaert * *

­

  [dwn] De huidige Zandsloot in Sassenheim.   [up]  
(de Santvaert (Zandsloot) kwam uit op de Oude Vliet)

­

­
De korenmolen aan de SantVaert
  In de meeste dorpen werd het graan gemalen op de eigen dorpskorenmolen. In de 14e eeuw moet Sassenheim een korenmolen hebben gehad, gelegen aan de Dinsdagse Watering (tussen Voorhout en Warmond) uitkomende op het Mole Gat bij het toenmalige Hen-Meer (zie bijgevoegde kaart). Waarschijnlijk was dit een standerdmolen het toen gebruikelijke type korenmolen.

­
  [dwn] De Coremolen uit de 14e eeuw (Warmond)   [up]  

De Molen van Speelman
  De molen aan de Dinsdagse Watering is in de zeventiende eeuw verdwenen. De bakkers van Sassenheim betrokken hun meel toen van de molen aan de Gracht in Lisse. In 1846 kreeg Sassenheim echter weer een eigen molen toen molenaar Jan Jacob van Rhijn een molen liet bouwen aan het zogeheten Buitenwater bij de Zandsloot. Hij noemt de molen “De Nijverheid” en het is een koren- en pelmolen. Daarin werd graan gemalen en gerst gepeld tot gort. In 1869 toen de molen net een jaar eigendom was van Speelman, sloeg tijdens een hevig onweer de bliksem in de molen. In een oogwenk stond het hele pand in brand en het gezin Speelman dat lag te slapen kon met moeite buiten komen. De molen brandde tot op de stenen molenmuren na af, maar Speelman ging niet bij de pakken neerzitten en bouwde de molen weer op. Het werd de grootste korenmolen uit die tijd in het gebied tussen het IJ en de Maas.
­
  [dwn] De korenmolen van Speelman   [up]  
• Bron Afb “BRE” •

  Zijn zoon E.J. Speelman bleef echter niet alleen molenaar: hij begon ook met het kweken van bloembollen en dat ging hem voor de wind. In 1882 liet hij de houten bovenachtkant van de molen afbreken en verbouwde hij de stenen onderbouw tot bollenschuur. Spoedig werden er schuren bij gebouwd. De molen kreeg een puntdak met een dakkapel en bleef jarenlang woning van de schuurbaas. Nadat de firma Speelman was opgeheven, kocht de gemeente Sassenheim de landerijen en gebouwen om plaats te maken voor woningbouw. In 1990 kwam het bericht dat de molen zou worden afgebroken. Dat was aanleiding tot de oprichting van de Stichting Oud Sassenheim, die een handtekeningenactie voerde om de romp van de molen op de monumentenlijst te plaatsen. Zo werd de molen van Speelman gered van de sloop en werd de molenachterkant eigendom van de Stichting “De Molen van Sassenheim”. Dankzij giften en subsidies is de molen de afgelopen jaren gerestaureerd. De molen wordt inmiddels gebruikt als kinderdagverblijf en als vergader- en archiefruimte van de Stichting Oud Sassenheim . (klik op de link)
­
De korenmolen van 1663
  Het “windrecht “ berustte in de 17e eeuw bij de staten van Holland die de opvolgers waren van de grafelijkheid. Alleen met toestemming van de staten mocht een korenmolen worden gesticht. In het archief van de staten treft men aan Cornelis Pieterse van der Cade, molenaar te Heemstede, toestemming word verleend tot het bouwen van een windkorenmolen in Sassenheim “op zeker erf bij de hoek van de vaart”.
Deze vaart werd in 1645 gegraven. Het is zo goed als zeker dat dit de huidige Zandsloot is die destijds nog Zandvaart heette.
­
  [dwn] Op dees caert de Sant Vaert (c.1652)   [up]  

  Volgens deze kaart uit 1652 liep de zandsloot vanuit het Hem Meer, dwars door Sassem heen, kruiste 'des Heer Wech', vervolgde zijn loop langs de Nieuw Wech tot aan de watering, welk begon in Voorhout, de Dinsdagse Watering, langs de Boekenburg en vervolgens tot aan de Looster Wech richting Lisse.
­
Geen molen in Sassenheim
  Van der Cade bouwt een vanwege concurrentie van de molen te Lisse geen molen in Sassenheim maar verkoopt in 1667 zijn rechten aan Jan Aelbertsz Heemskerk, de molenaar van lisse. Omdat Heemskerk niet ging bouwen dringen de Staten bij hem aan om alsnog de molen te bouwen ten gerieve van de ingezetenen. Molenaar Heemskerk deelt dan aan de Staten mee dat hij tot nu toe, vanwege de slechte tijd en de geringe opbrengst van het maalloon, in Sassenheim geen molen had gebouwd maar dat hij wel de erfpacht had betaald. Tevens had hij met zijn molen de bakkers van Sassenheim tot hun genoegen met malen bediend. Het is niet duidelijk of er inderdaad een is gebouwd. De honderdvijftig jaar later gemaakte eerste kadastrale kaart van Sassenheim (1819) vermeldt dan geen korenmolen aan de zandsloot.
­
  [dwn] Een kaart uit 1615   [up]  
(Brigitte, bedankt voor je oplettendheid)

  Bij bestudering van de kaart uit 1615 komen we er achter, dat de Sant Vaert aansloot op de 't Zwet' (of Voorhoutse Watering). Hij liep onder de 's Heer Wech door (er was een brug aangelegd tijdens het graven van de zandsloot) en liep vervolgens door tot het 'Zwet'. Hij liep bezijden de 'Nieuw Wech', die haaks op 'des Heer Wech' liep richting Noordwijkerhout.
Een oplettende kijker zal aan de Sant Vaert (op dees caert) ook de molen ontwaren die getekend staat tussen 's-Heer Wech' en 'de Oude Vliet', wat verder ontsluiting gaf naar 'het Haarlemmermeer'.
­
  [dwn] De Coremolen in de 19e eeuw (1867)   [up]  
• Bron Afb “BRE” •

Toch een korenmolen in Sassenheim?
  Op de kaart van Sassenheim uit 1867, getekend door J.Kuiper voor de atlas van Nederlandse gemeenten, wordt aangegeven dat er wel een korenmolen staat aan het zogeheten Buitenwater bij de Zandsloot. De korenmolen van Sassenheim is er dus uiteindelijk na 150 jaar toch gekomen.
Overigens hebben we wat betreft de molen van Sassenheim een perkamenten oorkonde overgeschreven waarin staat dat de molenaar windrechten moest betalen aan de Vrouwe van Warmond. Die had waarschijnlijk het windrecht gepacht van de Staten.
­
  [dwn] De restanten van de molen in het heden   [up]  
• Bron Afb “BRE” •
Dankzij giften en subsidies is de molen de afgelopen jaren gerestaureerd. De molen wordt inmiddels gebruikt als kinderdagverblijf en als vergader- en archiefruimte van de Stichting Oud Sassenheim
(c) artikel/foto's:
Drs.Brigitte Rink



­


KLIK HIER
­
om het menu van collages op te roepen, alwaar u een keus kunt maken uit diverse plaatsen langs de blauwe ader van de Bollenstreek
voor meer afbeeldingen en informatie


­


­
  naar boven (up) MAIL Telwerkje Pageviews   Hoofdmenu