ο»Ώ* * In vogelvlucht de historie van de Trekvaart * *
Halfweg? Dat lag toch tussen Haarlem en Amsterdam? Ja, dan hebben we het over een plaatsje bij Zwanenburg (in Noord-Holland), tussen de spoorlijn en de ringvaart. Maar ook op de lijn Haarlem - Leiden ligt een plaatsje of beter een Buurtschap dat zo heet. Vlakbij Lisse in de naaste omgeving van 'De Keukenhof', dat mooie kasteel, deels verscholen tussen de bossen en naast het beroemde tulpenpark 'De Keukenhof'.
| [dwn] | Een elzenhouten grenspaal ter Halfscheyd. | [up] |
Bron Afb REG
Dat Zuid-Hollandse Halfweg heeft een hele geschiedenis; ooit werd hier in 1656 een eerste paal geslagen die het begin in luidde van een eeuwenlange trekschuitendienst tussen Leiden en Haarlem. Een granieten kopie van de bewuste paal staat nog steeds te bezichtigen op de hoek van de Cromme Vaart en Trekvaart. De paal was als grenspaal tussen de beide gemeenten, Leiden en Haarlem bedoeld.
Bron Afb MDZT
In acht genomen de tijd waarin begonnen werd met het graven (15 maart 1657) en het moment waarop de eerste trekschuit vertrok (1 november 1657) kun je concluderen dat het werk, wat tevoren opgedeeld werd in wel 49 stukken van elk 377 meter, heel snel is geklaard. Dat was het gevolg van het feit, dat men gelijktijdig aan alle stukken tegelijk begon, en dat er gebruik gemaakt werd van reeds aanwezige rivieren (o.a. de 'Die Maern') en diversen Wateryngen. De trekvaart werd 28,5 km lang en de breedte werd tussen de 15- en 20 meter. De diepte bedroeg 1,90 meter.
| [dwn] | Het gewenste profiel bij de aanbesteding. | [up] |
Bron Afb DB
De trekschuiten werden aangebesteed op 30 juni 1657 door de twee steden zelf, Leiden bestelde er 6 (nadien nog 2) en Haarlem 8 stuks en er werden schippers, jagers en knechten aangesteld die de trekschuiten in pacht namen. Zij berekenden de passagiers de verschuldigde reiskosten en rekenden ook weer af aan de tollen bij het passeren ervan.
De 'Treck-vaert' was vooral bedoeld voor personenvervoer. Daarnaast werd hij gebruikt voor postdiensten. Vrachtvaart was uit den boze, daar wilde Gouda indertijd niets van weten. Wel werd er gebruik gemaakt van kleine schepen, denk hierbij aan platte 'westlanders' die gebruikt werden om de groente, maar ook bollen e.d. van het land naar de markten te vervoeren. Beide steden hadden belang bij het gebruik van de vaart voor personen- en postvervoer. Door de aanleg van de vaart ging het beide steden nadien voor de wind door de economische groei die het daarna doormaakte.
| [dwn] | Afbeelding van Huys Halfwegen op maquette (Museum 'de Zwarte Tulp'). | [up] |
Bron Afb REG
In museum 'De Zwarte Tulp' is een maquette te vinden waarop het Huys Halfwegen, de wisselplaats voor de trekpaarden van de trekschuiten te zien is. Overigens werden ook in het Noord-Hollandse Halfweg de paarden gewisseld t.b.v. de trekschuitendienst, die een aantal jaren daarvoor al in dienst was gesteld.
Het 'Huys Halfwegen' werd gebouwd t.b.v. 'de gecommitteerden', waarin afgevaardigden zetelden, afkomstig van beide gemeenten. Zij vormden jarenlang het bestuur van de trekschuitonderneming. De werkzaamheden bestonden in hoofdzaak: het vaststellen van o.a. vertrektijden, reistijden, de plaatsen waar van paard kon worden verwisseld en, niet in de laatste plaats, het vaststellen van de verschuldigde tolgelden. Op de lijn Haarlem en Leiden werden, voor zover bekend, 4 plaatsen aangewezen alwaar tolgeld moest worden afgedragen.
Bron Afb REG
De trekschuit was een immens populair vervoermiddel in die tijd; dat had in hoofdzaak te maken met het comfort wat deze manier van reizen met zich meebracht in verhouding met andere vervoersmiddelen, zoals de diligences en postkoetsen. De trekschuit bood al gauw zes tot acht zitplaatsen in een overdekte roef en er werd zelfs iets te eten aangeboden. Ook buiten konden personen plaatsnemen, voor de roef was meestal een ruimte waar de vracht werd geborgen en die werd overdekt met een canvas zeil. Daaronder zaten zeker zo'n twaalftal personen, die wel iets minder betaalden dan de passagiers in de geriefelijk, verwarmde roef.
Er werden in die tijd 6 tot 8 reizen per dag uitgevoerd, 's-winters wat minder dan 's-zomers. Daarentegen was het ook mogelijk, tegen stevige bijbetaling, een extra dienst te regelen. De reis duurde vrijwel de gehele dag, circa 7 tot 8 uur. Er waren zeker een zestal stopplaatsen, waar van paard kon worden gewisseld. Nu zijn tijdsaanduidingen (in die tijd) slechts benaderingen. Men moet bedenken dat grote steden vroeger hun eigen tijd hadden. Zo konden kerkklokken aanzienlijk verschillen. Pas in 1892 werden alle klokken gelijk gezet met de West-Europese tijd. Op de stopplaatsen was vaak een herberg aanwezig alwaar de "reizende man" iets kon gebruiken.
Het zou beslist in de jachtige tijd van nu niet meer passen, deze vorm van vervoer alhoewel er toen ook al sprake was van een strakke dienstregeling. er stond zelfs een boete op indien men zich niet hield aan het dienstrooster.
Bron Afb MDZT
Vervoer per postkoets of diligences ging toen wel sneller, maar was verre van comfortabel; de wegen waren indertijd onverhard en daardoor was het transport erover, ook door de houten wielen verre van aangenaam. In de trekschuit had de reizende man alle gelegenheid zich te ontspannen, rustig een pijpje te roken en zelfs een dutje te doen. Ook kon hij zich wijden aan het schrijven van reisverslagen, brieven en zakelijke documenten.
Echter, de komst van de trein zou uiteindelijk "roet in het water" gooien. Hoewel de komst ervan redelijk lang is tegengehouden ging toch in 1839 de eerste trein rijden tussen Amsterdam en Haarlem. Al snel daarna volgde de route langs de 'Haerlemsche Treck-Vaert' en 'Leydsche Treck-Vaert'; in 1842.
Werd in eerste instantie de trein beschouwt als een stinkende en vooral koude manier van reizen; je had immers geen kachel in je reisvertrek zoals wel aanwezig was in de geriefelijke behaaglijke trekschuit, na verloop van enige jaren won die toch aan populariteit. Vooral zijn snelheid, die met 40 km/uur zeker zes maal zo hoog lag werd door de reizigers, voor wie 'tijd = geld' was, hogelijk gewaardeerd. Het duurde evenwel nog 18 jaar, voordat in 1860 de laatste trekschuit zich losmaakte van de kade aan de Maredijk in Leiden en de laatste tocht aanving richting Haarlem.
Bron Afb MDZT
| [dwn] | Een blauwe ader door de Bollenstreek | [up] |
Bron Afb RAL
Toch blijft de 'Leydsche Treck-Vaert' een beeld-bepalende factor in de
gehele Bollenstreek. Neem als voorbeeld eens de lintbebouwing en
ook de spoorlijn, deze lopen vrijwel parallel van Haarlem tot aan
'Noordwijk'.
De verwachting is dat er na het jaar 2007 tal van activiteiten
rond de 'Leydsche Treck-Vaert' waarneembaar zijn; er wordt al druk plannen gemaakt
om de trekvaart een deel van zijn oude glorie terug te geven.
Een voorbeeld daarvan zijn al de mooie fiets- en wandelroutes; de kano- en
roeibootverhuur en de aanwezigheid van tal van aanlegplaatsen.
Ook wordt overwogen weer een trekschuitdienst in dienst te stellen!
Heden heeft de trekvaart geen functie meer in het georganiseerd
personen- en of postvervoer; of toch wel, want nog altijd varen er
rondvaartboten van 'Noordwijk', door de 'Haerlemsche Treck-Vaert' naar
de Kager Meren. Ook wordt er van de vaart 'prive' gebruik gemaakt
door talloze sloepen en boten, die het varen er doorheen als een steeds wederkerend genoegen beschouwen. En laten we vooral de vissers niet vergeten!
Tevens vervult de trekvaart nog een heel belangrijke "afvoer van water" functie, juist door het sterk veranderende klimaat in deze
tegenwoordige tijd er veel meer regen valt dan voorheen, zorgt juist de trekvaart ervoor dat het overtollige regenwater snel uit de Bollenstreek
wordt afgevoerd. Mede hierdoor heeft de trekvaart o.a. in de omgeving van 'Noordwijk'erhout sedert 2004 een zogenaamde "moerasfunctie" gekregen
(tussen vaart en spoorlijn) die enerzijds is bedoeld als waterreservoir bij hevige regenval, anderzijds biedt het (zeldzame) vogelsoorten
een broedplaats bij uitstek. Daarnaast heeft de trekvaart nog een belangrijke functie; hij gaat de verzilting in de Bollenstreek tegen, dat wil zeggen,
de trekvaart spoelt de streek konstant door met fris, helder water. Met name de bollenteelt is hier van afhankelijk.
(c) artikel/foto's: Ir.Reg van Dommelen
|