|
|
Historie Haarlemmertrekvaart / Leidsevaart
|
|---|
Geen stad heeft zoveel beroemde schilders afgeleverd als Leiden: Rembrandt van Rijn, fijnschilder Gerrit Dou, de vrolijke herbergier Jan Steen, Jan van Goyen, Lucas van Leyden, maar ook Theo van Doesburg, die in Leiden De Stijl oprichtte. Geen stad heeft zoveel fantastische musea bij elkaar. Naturalis (speelse natuurhistorie), 's Werelds eerste botanische tuin, de Hortus Botanicus (sinds 1590), Rijksmuseum van Volkenkunde, Rijksmuseum van Oudheden (o.a.Egypte), Museum Boerhaave (wetenschap), Het Sieboldhuis (Japan), Stedelijk Museum De Lakenhal (Rembrandt en Leiden) en Molen De Valk. En geen stad reikte de wereld zoveel wetenschappers aan. Nobelprijswinnaars Pieter Zeeman, Hendrik Lorentz, Willem Einthoven en Heike Kamerling Onnes (-273°). Clusius (eerste tulp), Hugo de Groot (boekenkist), Herman Boerhaave (geneesheer), Thorbecke (grondwet) , Einstein (relativiteitstheorie)… allemaal Leiden. Geen stad inspireerde zoveel schrijvers: Willem Bilderdijk, Hieronymus van Alphen (“Jantje zag eens pruimen hangen…” ), Nicolaas Beets (Camera Obscura), Albert Verweij, J.C. Bloem, Boudewijn Büch en Jan Wolkers. En nog steeds: Maarten ’t Hart, Frits van Oostrom en Willem Otterspeer. Logisch dat er juist in Leiden 101 prachtige muurgedichten zijn aangebracht. Geen stad trekt zoveel mensen als Leiden’s Ontzet. Iedere 3 oktober betekent door de zege op de Spanjaarden in 1574, een stad vol met feestende Leidenaars, oud-Leidenaars en andere belangstellenden. Maar ook feesten, zoals de Leidse Lakenfeesten, Leiden Marathon, Rembrandtfestival, Culinair Festival en de Blues- en Jazzweek zorgen voor veel drukte en gezelligheid in de Leidse Binnenstad. In Leiden hangt tussen de historische gevels een moderne sfeer van winkelen, terrassen en uitgaan, de sfeer van de Leidenaar met zijn uitgesproken Bourgondische inslag. De cultuur-historische ambiance is nu het decor van een prettig hedendaags leven, waarin de bezoeker van harte welkom is en vooral… veel ontdekkingen doet. |
|
|
|
Paulus Constantijn La Fargue legde zich in eerste instantie toe op het vervaardigen van kamerbehang. Hij werkte onder meer in opdracht van de Haagse kunsthandelaar Gerard Huet. Later specialiseerde hij zich echter in het tekenen en schilderen van stadsgezichten en landschappen. De tekeningen van La Fargue zijn spontaner, dan zijn statisch aandoende schilderijen. Tot 1770 legde hij vooral landschappen in Den Haag en Rotterdam vast. Na dit jaar schetste hij ook in en rond de plaatsen Delft, Haarlem, Leiden en Amsterdam. Naast landschappen maakte La Fargue ook afbeeldingen van actuele gebeurtenissen, portretten en genrestukken. Zijn werk verscheen ook in boeken. Paulus Constantijn La Fargue overleed in 1782 in 's-Gravenhage. |
we staan op het stationsplein bij de tramhalte. |
|
|
|
|
|
|
|
In 1572 koos de stad de zijde van de anti-Spaanse opstand. De Spaanse landvoogd Requesens sloeg in 1574 het beleg voor de stad. Nadat dit beleg was afgeslagen - het Leidens ontzet van 3 oktober 1574 - kreeg de stad in 1575 een universiteit, de eerste van de Noordelijke Nederlanden. Hiermee betuigde stadhouder Willem van Oranje zijn erkentelijkheid aan de Leidenaren, die het beleg door de Spanjaarden hadden weerstaan, namens koning Filips II. (Dit laatste gaf blijk van een grote ironie. De tot 1580 volgehouden fictie dat de prins van Oranje "den koninck van Hispanjen altijd had geëerd", maar uitsluitend tegen diens gehate stadhouder in opstand was gekomen, diende ook om de mogelijkheid open te laten van een "verzoening" tussen opstandelingen en koning, maar dan wel op voorwaarden van de opstandelingen). Leidens ontzet wordt nog steeds jaarlijks op 3 oktober op grootschalige wijze gevierd. Op deze vrije dag ruikt de stad naar hutspot, en wordt op een centraal punt in de stad haring en wittebrood uitgedeeld. Tegen het einde van de 16e eeuw ontwikkelde Leiden zich tot een belangrijk centrum van drukkerijen, uitgeverijen en boekhandels. De beroemde drukker Christoffel Plantijn was er enige tijd gevestigd. Een van zijn leerlingen was Lodewijk Elzevier (1547-1617), een telg uit een beroemd uitgeversgeslacht, wiens boekhandel en drukkerij de grootste van Leiden werd (de naam Elzevier werd enkele eeuwen later gebruikt door de grondlegger van het Elsevier-concern). In de 17e en 18e eeuw had Leiden een grote naam op het gebied van de (wetenschappelijke) uitgeverij en boekhandel. In de 17e eeuw komt de stad tot grote bloei, dankzij de impuls die vluchtelingen uit Vlaanderen geven aan de textielnijverheid. De stad, die voor het beleg van 1574 ongeveer 15.000 inwoners had geteld, waarvan tijdens het beleg ongeveer een derde deel het leven had verloren, was in 1622 tot 45.000 inwoners gegroeid. Mede ook door de aanleg van de handels trekvaart naar Haarlem, in 1657, terwijl omstreeks 1670 zelfs een aantal van tegen de 70.000 werd bereikt. In de Gouden Eeuw was Leiden, na Amsterdam, de grootste stad van Holland. De bevolkingsgroei maakte een aanleg van nieuwe grachten en singels noodzakelijk. Het huidige centrum van Leiden, herkenbaar aan het singelpatroon, werd in 1659 voltooid. |
|
|
|
|
|
|
|
Op de achtergrond de Kerkbrug over de Oude Rijn. |
Van deze molen zijn best wel veel afbeeldingen bekend. De gevelsteen van de molen is later in de gevel van de meelfabriek aan de Oosterkerkstraat geplaatst. De Zijdgracht werd in 1886 gedempt. Na verbreding van de gedempte Zijdgracht kreeg het de naam Korevaarstraat, genoemd naar de vooruitstrevende wethouder Korevaar. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
In de 19e eeuw zou er enige verbetering optreden in de desolate sociaal-economische situatie, mede dankzij de spoorlijn, maar het aantal inwoners was omstreeks 1900 nog steeds niet ver boven de 50.000 opgeklommen. Pas in 1896 begon Leiden zich uit te breiden buiten de 17e eeuwse singels. Vooral na 1920 vestigden zich nieuwe industrieën in de stad, zoals de conservenindustrie (oostelijke binnenstad) en metaalindustrie (Hollandse Constructie Groep). In 1866 werd de stad getroffen door de laatste grote epidemie (cholera) die in 1868 leidde tot de start van de bouw van het nieuw Academisch Ziekenhuis (waar nu het Rijksmuseum voor Volkenkunde is gevestigd). In 1896 breidt Leiden uit buiten de singels door annexatie van delen van Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude (in 1920 en 1966 volgen nieuwe grote annexaties). De eerste door Leiden nieuwgebouwde wijk in dit gebied wordt de statige burgemeester- en professorenwijk ten zuiden van de Zoeterwoudsesingel. Met de bouw van deze wijk wordt in 1906 begonnen. Rond 1920 wordt het eerste grote sociale woningbouwproject, de wijk De Kooi, gerealiseerd. Tot groot verdriet van velen ging in de strenge winter van 1929 het stadhuis in vlammen op. Van het pand bleef alleen de gevel aan de Breestraat overeind staan. Wel waren enkele kostbare schilderwerken zeer kort voor de brand ter restauratie overgebracht naar een andere locatie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Leiden zwaar getroffen door geallieerde bombardementen. De omgeving van het station en de Marewijk (tegenwoordig de omgeving van het Schuttersveld en de Schipholweg) zijn vrijwel geheel platgegooid. Het huidige Leiden profileert zich vooral als een centrum van wetenschappelijke kennis en nieuwe technologie. Daarnaast speelt ook het toerisme een steeds belangrijkere rol in deze historische museumstad. |
|
|
|
|
|
In de 18e eeuw raakt de textielnijverheid in verval. Door
protectionistische maatregelen in Frankrijk was de concurrentiepositie verslechterd. Bovendien moesten de lonen
relatief hoog zijn, omdat de kosten van levensonderhoud in het gewest Holland hoog waren vanwege de hoge belastingdruk.
De Leidse textielondernemers gingen toen delen van het productieproces verplaatsen naar "lage-lonenlanden": Twente
en de omgeving van Tilburg! Het gevolg was een gestage daling van het inwonertal van Leiden, dat eind 18e eeuw tot
30.000 was gedaald en omstreeks 1815 een dieptepunt van 27.000 zou bereiken.
|
| [dwn] | Daags na de kruit ontploffing in Leiden | [up] |
|
|
Lezing Arti Ponsen, hoofdauteur van het boek Het Fataal Evenement. De buskruitramp van Leiden in 1807, geeft een lezing in De Lakenhal. Onder de titel Het verhaal van de schipper werpt zij nieuw licht op de oorzaak van de ramp. Het begeleidende boek van Ponsen is in de museumwinkel te koop voor € 39,-. 071 - 516 53 60 of postbus@lakenhal.nl |
|
| [up] |
| [dwn] | Leiden, sleutelstad van de randstad | [up] |
Rechts loopt de 'Haerlemsche Treck-Vaert', daarlangs de Maredijk, de oude weg naar kasteel Poelgeest, 't Huys Abtspoel en zo naar Warmond. Naast de stadswal ziet u ook nog Stads Westgracht; tegenwoordig ook nog aanwezig. |
|
|
|
|
|
|
|
|
| [dwn] | Een oude foto van molen 'De Herder'. | [up] |
Ook is er een verplaatsing geweest van de trekvaart. Toen de spoorweg werd verbreed, werd de trekvaart bij Leiden omgelegd: daardoor kwam de molen ('n paltrok) naast de Haarlemmertrekvaart te liggen. |
|
| [dwn] | Spreuk bij Leidens Ontzet c.1574. | [up] |
|
|
|
|
|
Het Leidse volkslied
Leiden trots van Neerlands steden Parel van het Hollands land Stad van heden vol verleden Stad van werk met hart en hand Plaats van dromen en van daad Waar ieder blijft en niemand gaat Leiden stad van denken en doen Stad van mijn hart door nu en toen |
De stad ontstond als dijkdorp aan de voet van een kunstmatige heuvel aan de samenvloeiing van de Oude en de Nieuwe Rijn. In de oudste vermelding daarvan, omstreeks 860, werd het toenmalige dorp Leithon genoemd. In de op deze heuvel gelegen burcht zetelde aanvankelijk een leenman van de bisschop van Utrecht, maar de burcht kwam omstreeks 1100 in handen van de graaf van Holland. De gunstig gelegen nederzetting kreeg in 1266 bevestiging van de reeds eerder verleende stadsrechten en ontwikkelde zich met haar bloeiende lakennijverheid tot een van de grootste steden van het gewest Holland. In 1389, toen de bevolking tot ongeveer 4000 was gegroeid, moest de stad worden uitgebreid met het stadsdeel tussen Rapenburg (tevoren de zuidrand van de stad) en de Witte Singel. Een bijzonderheid van Leiden is de aanwezigheid van uitgebreid archiefmateriaal over het buurtleven en buurtorganisaties (de zogenaamde gebuurten), dankzij een vroegtijdige en onophoudelijke overheidsbemoeienis, die zelfs teruggaat tot de 14e eeuw. Dit staat in detail beschreven in het boek Buurthouden van historicus Kees Walle (Uitgeverij Ginkgo, 2005). In 1420 werd Leiden, in het kader van de Hoekse en Kabeljauwse twisten veroverd door hertog Jan van Beieren. |
|
| [dwn] | Varen in Leiden is varen door de historie | [up] |