| [dwn] | De Schouwtjesbrug over de Leidsevaart c.1908. • Bron Afb “DB” • |
• Bron Afb “JLPMK” • Gravure van Hendrik Spilman uit 1763 “De Aangenaame gezichten in de vermackelijke Landsdouwen” van Haarlem; door H.Spilman en C.van Noorde, 1761-1763. |
• Bron Afb “DB” • |
| [dwn] | Een kademuur aan de Leidsevaart c.1913. | [up] | • Bron Afb “DB” • |
| [dwn] | Tram/trein viaduct nabij Leidsevaart. | [up] | Omgeving Heemstede - Bennebroek • Bron Afb “DB” • |
• Bron Afb “DB” • In de tweede helft van de negentiende eeuw begon de stad langzaam
op te krabbelen. Er kwamen nieuwe industrieën. Zo ontwikkelde de
rijtuigenfabriek van J.J. Beijnes zich tot de moderne Koninklijke Fabriek
van Rijtuigen en Spoorwagens. Uit de kistenfabriek van Hendrik Figee
groeide een bedrijf dat zich toelegde op hefkranen, heimachines en baggermolens. Haarlem kreeg ook een internationale reputatie op het gebied van de grafische industrie. De firma Enschedé bijvoorbeeld groeide uit tot een groot en veelzijdig bedrijf.
|
| [dwn] | De westzijde van de Leidsevaart tussen Brouwerstraat en de Rollandstraat, het fabriekscomplex. | [up] | • Bron Afb “DB” • |
• Bron Afb “DB” • |
| [dwn] | Foto van 'Leydsche Treck-Vaert' in Haarlem c.1940. | [up] | • Bron Afb “JPT” • |
| [dwn] | De Boterfabriek Cohen bij de Prins Hendrikbrug. | [up] | • Bron Afb “DB” • De boterfabriek van Cohen en van der Laan werd op 2 mei 1930 opgeheven. Het werken in de boterfabriek was indertijd geen vetpot, de werktijden waren toen ook wel even anders als tegenwoordig. Men werkte van 6 uur 's-morgens tot wel 8 uur 's-avonds. Behalve in het voorjaar, dan kon het weleens slap zijn; dan werkten wij tot half 5 's-middags. Je werd per uur betaald, vaak 14 cent per uur, overwerk 15 cent per uur. Met 72 uur had gij fl. 10,00 verdiend (wij werkten zes dagen per week). Daarvan ging nog wel 1% af voor het ziekenfonds. Maar ziek zijn, nou dat was armoe thuis, voor vrouw en kinderen, want dan had je maar fl. 5,00 per week; de firma gaf er fl. 100,00 aan per jaar. Aan ziek worden konden we eigenlijk niet toekomen in die tijd. Nu kregen we ook weleens 6 mud kolen 's-winters, (die cooperatief werden ingekocht) dat scheelde ook weer in de stookkosten. Anders moesten we het afzondelijk kopen en dat kostte natuurlijk veel meer geld. Maar met zijn allen en ingekocht via de firma leverde ons flink voordeel op. We werden zaterdag-'s-middags betaald, ook weleens zaterdag-'s-avonds. Toch werkte men met plezier bij de firma Cohen. Er heerste een goede werksfeer en met kon ook met klachten terecht bij de meesterknecht, alhoewel die niet altijd gewillig een oor ten luisteren legde. Wij werken met 23 man in de fabriek, best wel veel. < DB/enquete staatscommissie 1890 ARA Haarlem sign 37 C 24 II ?| |
| [dwn] | De 'Leydsche Treck-Vaert' in Haarlem c.1951. | [up] | Deze foto van gezicht op de 'Leydsche Treck-Vaert' (c.1951) kregen we van Jan-Piet toegezonden. • Bron Afb “JPT” • |
| [dwn] | Het Krelage huis aan de Leidsevaart. | [up] | • Bron Afb “DB” • Het Krelagehuis werd gesticht in 1928 op het voormalige terrein van de machinefabriek Figee. Het gebouw was eigendom van de Algemene Vereniging van Bloemenbollencultuur die het tot 1970 in gebruik hadden. In 1972 werd het door brand verwoest. |
• Bron Afb “DB” • Aan de overkant kunt u nog net de machinefabriek van de Gebr. Figee onderscheiden. De fabriek verhuisde in 1927 naar het Noorder Spaarne. Het terrein maakte plaats voor het Krelagehuis. |
• Bron Afb “DB” • |
| [dwn] | De Katoenblekerij aan de Leidsevaart. | [up] | • Bron Afb “DB” •
• Bron Afb “DB” • De fabriek werd 1872 gesloten. Op het fabrieksterrein is nadien een plein aangelegd. Dit plein werd in 1881 omgedoopt in het Wilsonplein. |
• Bron Afb “DB” • Kweekschool voor onderwijzers (Volksuniversiteit) in de steigers, vlakbij de 'Leydsche Treck-Vaert' en de Kathedraal Sint Bavo. |
• Bron Afb “DB” • Dit was wel de eerste kweekschool voor onderwijzers in zijn soort in ons land, Haarlem beet hiermee in 1915 de spits af. Het gebouw aan de 'Leydsche Treck-Vaert' waarin nu de Volksuniversiteit huist, kwam gereed in 1915. Het was toen het spiksplinternieuwe onderkomen van
de Rijkskweekschool voor onderwijzers.
Kort daarvoor, in oktober 1914, kreeg het tijdelijk een andere bestemming. Het gebouw was toen nog niet helemaal voltooid en daarom kon het even
dienst doen als opvangplaats voor vluchtelingen.
De Eerste Wereldoorlog was uitgebroken in augustus 1914 en de Duitse legers rukten op door België. Dit militaire geweld joeg een steeds
groeiend aantal Belgen het land uit. In de eerste dagen van oktober kwam Antwerpen onder vuur te liggen en de stad viel in Duitse handen.
Een enorme massa Belgen vluchtte nu naar Nederland. In totaal ging het om ongeveer een miljoen. In het hele land moesten opvangplaatsen komen. Ook in
Haarlem.
Soms spreken getallen boekdelen. In Haarlem arriveerden in 1914 op woensdag 7 oktober 203 vluchtelingen, op 8 oktober 430, op 9 oktober 1154,
op 10 oktober 882, op 11 oktober 1062 en op 12 oktober nog eens 279. De meesten van hen werden tijdelijk opgevangen in het nog onvoltooide gebouw
van de Rijkskweekschool aan de 'Leydsche Treck-Vaert'. Van daaruit gingen ze naar 'meer permanente' tijdelijke opvangadressen.
Het moet gezegd: de Haarlemse
bevolking en het stadsbestuur reageerden voortvarend op deze humanitaire uitdaging. Uit de bevolking ontstond het Haarlems Comité tot Steun van
Belgische Uitgewekenen, onder leiding van de sigarenhandelaar H. Stinis. Tezamen met het gemeentebestuur coördineerde dit comité de
plaatselijke hulpverlening. Maar er werden ook vele buurt- en straatcomités opgericht.
De meeste hebben helaas geen sporen nagelaten. We weten
bijvoorbeeld dat er een Straatcomité Jansstraat was en een Buurtcomité van de bewoners van de Kampersingel, Gasthuissingel, Kampervest en
Gasthuisvest. Maar er waren er veel meer. Deze comités zamelden beddengoed en meubilair in voor vluchtelingen die in leegstaande winkelpanden
of gebouwen als de Nutsspaarbank een onderdak vonden. Men verzorgde maaltijden en ging op zoek naar leesvoer en tweedehands kleren.
Literatuur
* G.T. Kolthof, Welkom in Haarlem: Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Doctoraalscriptie Open Universiteit, Haarlem 1994).
* G.T. Kolthof, 'Vluchtelingen tijdens de eerste wereldoorlog' in: P. Biesboer e.a. red., Vlamingen in Haarlem (Haarlem 1996).
* Evelyn de Roodt, Oorlogsgasten. Vluchtelingen en krijgsgevangenen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Zaltbommel 2000).
* J.B.C. Kruishoop (etc.). Vluchten voor de Groote Oorlog. Belgen in Nederland 1914-1918 (Amsterdam 1988).
-
* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.
Volksuniversiteit Haarlem
Leidsevaart 220
Haarlem
|
• Bron Afb “DB” • Op de steiger van het in aanbouw zijnde (Rijks Kweekschool) complex staat de heer J.W. Sevenhuijsen. Het gebouw werd nadien ook 'Volksuniversiteit' genoemd. |
• Bron Afb “DB” • |
| [dwn] | De 'Leydsche Treck-Vaert' ziende naar de Prins Hendrikbrug. • Bron Afb “DB” • |
| [dwn] | De Zijlbrug over de Leidsevaart c.1900. | [up] | • Bron Afb “DB” • |
• Bron Afb “DB” •
|
• Bron Afb “DB” •
|
| [dwn] | 'Gezigt van de garenbleekerijen aan de Nieuwe Cingel' | [up] | (Hans bedankt de toelichting)
|
• Bron Afb “DB” • Wie kent niet de geschiedenis van Droste? Deze fabriek in Haarlem (niet aan de 'Leydsche Treck-Vaert') heeft zijn stempel gedrukt op de economie van Haarlem. De heer G.J. Droste begon in 1863 een sucadekoek fabriekje. In 1897 verhuisde de fabriek naar de Veerpolder. Dat was de start van het Haarlemse industrieterrein. In december 1964 kreeg de fabriek het predicaat 'Koninklijke'. Op chocoladegebied werd Droste een bekendheid.
|
• Bron Afb “DB” • Weliswaar niet aan de 'Leydsche Treck-Vaert' deze Remise in Haarlem. Toen de eerste spoortrein reed van Amsterdam naar Haarlem in 1839 lagen de terreinen van de Centrale Werkplaatsen aan de linkerzijde van de trekvaart tussen Haarlem en Amsterdam.
| [dwn] | Feestelijke opening van de 1e spoorlijn Amsterdam - Haarlem op 20 september 1839. | [up] | Vanaf de Trekvaart werd toegekeken door de reizigers op de trekschuit • Bron Afb “DB” • Deze trekvaart werd eerder gegraven dan de 'Leydsche Treck-Vaert'. Al in 1631 gaven de Staten van Holland en West-Friesland toestemming tot de aanleg van een Treck-vaert, padt en wagenweg tot meerdere commoditeit van de reijsenden man, tussen Haerlem en Amsterdam.
|
• Bron Afb “DB” •
|
• Bron Afb “DB” • Weliswaar geen 'Leydsche Treck-Vaert' meer; maar het 'Spaarne' in Haarlem. Een prent die wij u niet wilden onthouden. Het betreft anno 1729, waar zagen wij deze prent vroeger hangen? Juist ja, op school hing hij!
|
• Bron Afb “W.Hendriks 1714-1831” •
|
• Bron Afb “DB” • De heer I. Ouwater (1750-1793) tekende de ongeveer 200 jaar oude Molen Adriaan.
|
| [dwn] | De Molen Adriaan in Haarlem van voor 1932. De molen werd gebouwd in 1778. | [up] |
| [dwn] | De molen brandde op 23/4 in 1932 af. | [up] | • Bron Afb “DB” •
|
Een plaat van de in 1999 gerestaureerde Adriaan Molen in Haarlem. Hij is vroeg in de ochtend genomen (c.2003). • Bron Afb “DB” •
|
• Bron Afb “DB” •
|
• Bron Afb “RVD” •
|
• Bron Afb “DB” •
|
• Bron Afb “DB” •
|
• Bron Afb “WvC” • Een poort die overbleef van wel 10 poorten die Haarlem ooit rijk was. Deze is gebouwd aan het einde van de 14e eeuw.
|
• Bron Afb “RAL” • De "Haarlemse" penning is volgens de keerzijde - en ook blijkens het
standaardwerk van Van Loon - pas in 1659 geslagen ter herdenking van het de
eerste spit in 1656 en eerste vaart met de trekschuit in 1657.
|
• Bron Afb “DB” •
|
| [dwn] | HANNIE SCHAFT, WIE WAS DAT OOK ALWEER? | [up] | De geschiedenis van Hannie Schaft. + (lees er HIER meer over) Dat ook vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog deelnamen aan het gewapende verzet hadden de Duitsers aanvankelijk niet verwacht. Vrouwen hielden zich in hun denkbeelden alleen met de verzorging van hun echtgenoten en kinderen bezig. Pas in de laatste jaren van de oorlog drong tot hen door dat in een aantal kinderwagens behalve baby's ook wapens werden vervoerd en dat jonge schoolmeisjes met vele illegale krantjes konden rondfietsen. Het was vooral het koerierswerk dat vrouwen in verzetsgroepen verrichtten. Andere activiteiten als sabotage, overvallen en liquidaties van Duitsers of verraders namen mannen meestal voor hun rekening, op uitzonderingen na, waaronder 'het meisje met het rode haar', Hannie Schaft. Wij eren Hannie Schaft en met haar eren wij alle vrouwen die verzet hebben gepleegd tegen de Duitse nazi-overheersers in de Tweede Wereldoorlog. Op andere wijze worden ook vrouwen geëerd zoals in Heerhugowaard, waar 21 straten zijn genoemd naar vrouwelijke verzetsstrijders. In deze nieuwe wijk staat het monument 'Vrouwen in het verzet' gemaakt door Elly Baltus. De kranten op dat beeld hebben te maken met de distributie van verboden kranten in de oorlog, waaraan veel vrouwen meehielpen. De namen van de verzetskranten staan op het beeld gegraveerd. De jurk is opgebouwd van een treindeur (deportatie) en ribkarton (gestreepte kampkleding). Op de sokkel staan de namen van 22 verzetsvrouwen die omgekomen zijn in Ravensbrück en Auschwitz.
|
|
|